Uit de serie Sinterklaas voor groten! deze week: Het verkeerde handje.


Als Sinterklaas kom je werkelijk overal. Het geeft je ook een bijzondere kijk op de mensheid als je al die gezinnen ziet, waar totaal verschillende opvattingen heersen over wat een leuk Sinterklaasfeestje is. Soms is de waardigheid van het ambt ver te zoeken. Ook commerciële optredens zijn vaak ontbloot van iedere vorm van waardigheid. Maar ja, net als overal dringt de commercie op en Sint ontkomt er niet aan.

Ik was vroeger Sinterklaas bij een organisatie. De opbrengst was wel van belang. Dus deden we ook commerciële optredens. Meestal komt dat er op neer dat Sint zich op een woensdag- of zaterdagmiddag naar een Supermarkt begeeft waar hij schoentjes uitdeelt die een week van tevoren zijn ingeleverd. Nu is het zo, dat veel ervaren Sinterklazen dit soort dingen niet zo geweldig vinden. Vaak worden dan ook beginnende Sinterklazen ingezet onder het motto: Je doet ervaring op, je hoeft niet veel te zeggen en er kan niets fout gaan.

Nou, dat laatste is dus niet waar. Op zo’n middag toog dus een vers geïnaugureerde Sint naar de Supermarkt. Oh ja, hij wist het wel, handjes geven, fotootje maken en dat was het. Simpel. Maar de tabberd en de baard voelden toch wat onwennig en hij had nog niet het idee dat hij Sint was, maar een Sint speelde. Gelukkig had hij een bijzonder ervaren Piet mee, dus dat liep allemaal wel los. Het ging ook eigenlijk wel goed, tot Piet de opmerking plaatste: ‘Sint, valt het u niet op dat de kindertjes bijna allemaal het verkeerde handje geven?’ Nu was dat logisch, omdat ze het schoentje al hadden teruggekregen. Dat hielden ze vast in het rechterhandje en automatisch gaven ze dan een linkerhandje.

Sint, nooit te beroerd om een stukje opvoeding voor zijn rekening te nemen, zei: ‘Nee Piet, het is me niet opgevallen, maar ik zal het in de gaten houden.’ Twee kindjes later meldde zich een menneke zich met zijn moeder. Het linkerhandje kwam naar voren en Sint merkte dus heel alert op: ‘Goh, dat gebeurt nu de hele dag al dat de kindjes mij het verkeerde handje geven. Krijg ik van nu van jou het goede handje?’ Het mannetje keek hulpeloos naar zijn moeder. Het was even stil en toen sprak de moeder de woorden die als een steen in een rimpelloze vijver vielen: ’Die heeft hij niet, Sinterklaas!’ Pas toen viel het Sint op dat het rechtermouwtje dicht was gespeld en dat moeder het schoentje in de hand had. Dat had hij in de zenuwen van het afwijken van de hem toegemeten rol niet gezien. Op hetzelfde moment wenste hij dat hij in Nieuw-Zeeland zat. Hij heeft na die middag voorgoed de tabberd in de wilgen gehangen.

Hij heeft daarna nog jaren als mijn particuliere chauffeur en secretaris gefungeerd rond Sinterklaastijd. En daarin was hij onovertroffen.

Fijn weekend!
Hans Janssen,