Van vastgelopen front tot doorbraak bij de IJssel: hoe Westervoort een sleutelrol kreeg in april 1945
WESTERVOORT – Na de mislukking van Operatie Market Garden in september 1944 verandert de regio tussen Nijmegen en Arnhem in een hardnekkige frontlijn. De brug bij Arnhem blijft in Duitse handen en beide legers graven zich in. Ondertussen zetten de bezetters het landschap naar hun hand. Dijken worden doorgestoken en grote delen van de Betuwe lopen onder water.
Voor inwoners van Westervoort betekent dit maanden van onzekerheid. Duitse colonnes trekken onafgebroken door het dorp richting Arnhem. Nadat Britse en Poolse troepen zich over de Rijn hebben teruggetrokken, ligt Westervoort plots aan de rand van het gevecht. Beschietingen volgen elkaar op en vooral boerderijen worden zwaar getroffen. Veel vee overleeft het niet. Bewoners langs de rivier krijgen opdracht hun huizen te verlaten.
Stilstand en voorbereiding
In de natte Betuwe neemt de Britse 49th (West Riding) Infantry Division positie in. De divisie, herkenbaar aan het embleem van een ijsbeer, heeft al een lange weg afgelegd sinds de landing in Normandië. Na zware gevechten in Frankrijk en België volgt nu een fase van wachten en verkennen.
Dagelijks trekken patrouilles door het overstroomde gebied, soms te voet, vaak met kleine boten of amfibievoertuigen. Contact met Duitse eenheden blijft beperkt tot korte, felle schermutselingen. De winter van 1944 op 1945 is koud en zwaar. Toch ontstaat er een zekere routine. In het bevrijde Nijmegen vinden soldaten af en toe rust. Met enige ironie noemen zij zichzelf de “Nijmegen Homeguard”.
Achter de schermen wordt intussen gewerkt aan een nieuwe fase van de oorlog. Onder leiding van Henry Crerar krijgt het Canadese Eerste Leger de taak Nederland verder te bevrijden. Britse eenheden worden daarbij ingedeeld. De plannen richten zich op een voorjaarsoffensief richting Duitsland en Noord-Nederland.
Het front komt weer in beweging
Begin 1945 verandert het tempo. Vanuit Duitsland rukken Canadese troepen op richting het oosten van Nederland. Eind maart valt het eerste dorp boven de grote rivieren. Kort daarna begint in de Betuwe een nieuw offensief, bedoeld om het gebied tussen Nijmegen en Arnhem vrij te maken.
De Britse divisie met de ijsbeer komt opnieuw in actie, ondersteund door Canadese eenheden. Na enkele dagen van zware gevechten bereiken zij begin april de zuidoever van de Rijn bij Driel. Een directe oversteek lijkt logisch, maar de omstandigheden blijken ongunstig. De bodem is drassig en vanaf hoger gelegen posities houden Duitse troepen het gebied scherp in de gaten.
Tijdens overleg besluit de legerleiding het plan te wijzigen. De aanval op Arnhem zal niet bij Driel plaatsvinden, maar oostelijker, bij Westervoort. Dat besluit zet een grootschalige verplaatsing in gang.
Kolonnes richting Westervoort
Wat volgt is een logistieke operatie van grote omvang. Tienduizenden militairen en duizenden voertuigen trekken via noodbruggen bij Doornenburg en Emmerich naar hun nieuwe verzamelpunt. Dagenlang staat het verkeer vast. De wegen in de Betuwe veranderen in lange linten van jeeps, vrachtwagens en tanks.
Westervoort zelf ligt er dan verlaten bij. Sinds november 1944 is het dorp geëvacueerd en vormt het een niemandsland. Begin april trekken Britse eenheden het dorp binnen zonder tegenstand. De Duitse troepen hebben zich al teruggetrokken richting Arnhem, maar laten vernielingen achter. Belangrijke gebouwen en verbindingen zijn opgeblazen.
Binnen enkele dagen verandert het dorp in een militair knooppunt. Overal staan voertuigen opgesteld, vaak verscholen onder camouflagenetten. Rookgordijnen moeten voorkomen dat de vijand zicht krijgt op de voorbereidingen. Tegelijk werken Canadese genie-eenheden aan een verplaatsbare brug, gereed om snel ingezet te worden zodra de overkant is bereikt.
De aanval op de IJssel
Op 12 april 1945 is alles gereed voor de volgende stap: de oversteek van de IJssel en de aanval op Arnhem, bekend als Operatie Anger. De dag staat in het teken van voorbereidingen. Geallieerde vliegtuigen vallen Duitse stellingen aan, waaronder het fort bij Westervoort.
Pogingen om een doorgang in de dijk te maken voor amfibievoertuigen mislukken. Daarom wordt besloten de eerste aanval uit te voeren met kleine boten. In de avond opent een massaal artilleriebombardement het offensief. In korte tijd worden tienduizenden granaten afgevuurd op de overzijde.
Later die avond steken de eerste troepen de rivier over. De Duitse verdediging blijkt verzwakt. Het fort wordt snel ingenomen en de eerste doelen worden in de nacht bereikt. Kort daarna kunnen zwaardere eenheden volgen.
Brug en doorbraak
Zodra de oever veilig is, beginnen Canadese genisten met het bouwen van een brug bij de Veerdam. In minder dan een halve dag ligt er een verbinding over de IJssel. Deze brug maakt een snelle opmars mogelijk richting Arnhem.
De strijd is dan nog niet voorbij. Op het terrein van de ENKA-fabriek leveren Duitse troepen hardnekkig verzet. Pas na een dag van zware gevechten wordt ook dit gebied veroverd. De verliezen zijn aanzienlijk aan beide zijden.
Daarna volgt de doorbraak. Grote colonnes trekken via de nieuwe brug naar Arnhem. Op 16 april valt de stad in geallieerde handen. Even later maken Britse en Canadese troepen contact bij Dieren, waarmee de opmars door Nederland verder vorm krijgt.
Wat begon als een vastgelopen front in het najaar van 1944, eindigt in april 1945 met een beslissende doorbraak. Westervoort, maandenlang verlaten en onder vuur, blijkt daarbij een onverwachte schakel in de bevrijding van het noorden van het land.