In mijn ongeveer 40-jarige carrière als Sint, heb ik veel gezien en meegemaakt. Een paar jaar geleden besloot ik de mooie verhalen eens op papier te zetten. Een mooi verhaal was dat van een redelijk bizarre intocht. Dat verhaal wilde ik vandaag eens met jullie delen.

Zie ginds komt de stoomboot……
Als de Goedheiligman voet op Nederlandse bodem zet, doet hij dat niet slechts in de haven die door de programmamakers van de NOS daarvoor is uitgezocht. Neen, één van de wonderen van Sinterklaas is, dat hij in staat is om in iedere stad en in elk dorp van Nederland tegelijk aan te komen. Behalve in Deventer dan, daar mag hij pas op 5 december aankomen. Kinderen hebben dat niet door. Of nee, dat zeg ik verkeerd. Ze hebben het wel door, maar ze aanvaarden het wonder, omdat ze nog niet, zoals wij volwassenen, zijn aangetast door een door ervaring aangenomen cynisme.

Nu kunt u zich voorstellen dat dat synchroon aankomen een logistieke voorbereiding vergt, die voor normale stervelingen vrijwel niet is te overzien. Dat kan ook alleen maar worden georganiseerd door mensen die sinds lange tijd zijn gepokt en gemazeld, en waarschijnlijk ook gepepernoot in het organiseren van de jaarlijkse intocht. Zo ook in Arnhem. Daar bestaat sinds jaar en dag de Stichting “De blyde inkomst der Sinterniklaas”. Een eerbiedwaardig gezelschap, dat ieder jaar weer kans ziet om alles gladjes te laten verlopen. Nou, ieder jaar?

Op enig moment hadden de medewerkers van de Stichting het nobele plan opgevat om de boot van Sinterklaas een half uur van tevoren te laten voorafgaan door een speciale boot, gevuld met bijzondere Pieten, namelijk muzikale Pieten, die dan in afwachting van de Sint op de Rijnkade de kindertjes muzikaal zouden vermaken. Onderzoek onder het bestaande Pietenbestand leerde dat het aanbod van muzikanten die het klassieke Nederlandse Sinterklaasrepertoire tot in de finesse beheersten, in die hoek bijzonder mager was. Maar geen nood. Er werd een verzoek gedaan aan een plaatselijk dweilorkest om zich voor de gelegenheid te laten transformeren tot muzikale Pieten. Van die zijde bestond geen bezwaar, moreel noch anderszins.

Op de grote dag werd het gezelschap verkast naar een naburig gelegen haventje, waar een speciale Pietenboot klaar lag. De gezagvoerder van het schip had er zienderogen plezier in en schonk voor de gelegenheid een typische zeemansborrel: Beerenburg. Nu was het aardig koud en de muzikanten namen met genoegen hun medicijn in. Eén van hen, een robuuste tuba-speler, had waarschijnlijk meer last van plankenkoorts dan anderen, want hij begon zich met gezwinde spoed moed in te drinken. Nu moet u zich voorstellen dat hij door zijn omvang niet in een normaal Pietenpak paste. De aankleders hadden toch wat gevonden en hij had een verschijning die nog het meest leek op een onwaarschijnlijke kruising van Al Jolson, Dizzy Gillespy en Milly Scott. Naarmate de reis vorderde werd hij steeds vrolijker en luidruchtiger.

Op het moment dat de boot de kade begon te naderen, bleek dat hij ook wat overmoedig was geworden. Met ruime armgebaren zwaaide hij naar de toegestroomde lieve kindertjes dat het een aard had. De kindertjes vonden deze verschijning wel komisch en hadden hun aandacht geheel en al op hem gelegd. De boot legde aan en de loopplank werd uitgegooid. Nu bleek dat drank inderdaad meer kapot maakt dan je lief is. In zijn geval zijn beoordelingsvermogen over zijn eigen motoriek. Overmoedig door zijn succes, versterkt door de geestverruimende werking van het Friese medicijn besloot hij niet over de loopplank te lopen, maar met een wulpse sprong over de reling op de kade te springen. Daarbij had hij zijn tuba nog om natuurlijk. De stap met één voet op de reling lukte. Zijn lichaam naar boven werken lukte ook nog. Daarna ging het mis. Hij sprong, maar niet ver genoeg van de reling. Met een geluid van ijzer op ijzer haakte de onderkant van de tuba achter de reling. En daar hing de wakkere Piet, onder luid gejoel van de aanwezige kindertjes. Zijn benen spartelden dat het een lieve lust was. De andere muzikanten zagen met geen mogelijkheid kans om onder deze omstandigheden muziek te maken. Gierend van de lach hebben ze hun collega nog even laten hangen. Daarna hebben ze hem met vier man afgehaakt. Naar de muziek luisterde daarna niemand meer. Maar iedereen was het er over eens. Zo’n Piet hadden ze nog nooit meegemaakt.

Hans Janssen,





Door Admin