In de rubriek Redacteur van dienst in de Westervoort Post van deze week schrijft Susan Wiendels hoe veel de inwoners van Liemers doen voor opvang en ondersteuning van Oekraïeners in deze tijden. Zeker hartverwarmend in deze tijd van ‘graaicultuur op een bodem van vriendjespolitiek (een impliciete verwijzing naar Van Lienden? HJ) en narcisme.’ 

Het is zeker hartverwarmend om te zien. Zelf heb ik Oekraïense vluchtelingen gereden naar opvangplekken, zie over mijn ervaring hiermee mijn eerdere column. 

Ik kan nooit namens iemand anders spreken, maar denk toch dat ik namens al die Oekraïeners spreek als ik de bewoners van de Liemers bedank. En de bewoners van heel Nederland natuurlijk. 

Mag ik dan ook een dankwoord uitspreken namens de Syrische en Afghaanse vluchtelingen. Met name de laatsten hebben met gevaar voor eigen leven Nederland ondersteund en werden als dank eerst door de regering achtergelaten. Zoek het maar uit in de eigen regio. Degenen die wel kwamen werden nou niet zo hartverwarmend ontvangen door diezelfde bevolking. 

Ik hoorde van de week een gedragswetenschapper op tv zeggen dat dat komt omdat Oekraïeners meer op ons lijken dan Syriërs en Afghanen. Ze zijn doorgaans wit, geciviliseerd en hangen geen ons vreemd aandoend geloof aan. Het zijn brave christenen, immers. Ik heb altijd geleerd en daardoor waarschijnlijk naïef gemeend dat naastenliefde zich zou moeten uitstrekken tot iedereen. Het verhaal van de barmhartige Samaritaan was daar de oer-vertelling van. 

Nederland (en Europa) komt nu niet weg met ‘Zoek het maar uit in de regio’ want nu zijn wij ineens de regio. En in onze regio wonen blijkbaar nette opvang- en ondersteunbare mensen. We kijken dus eerst in de spiegel en als de vluchtelingen een beetje lijken op wat we van onszelf zien, mogen ze komen. Over narcisme gesproken. 

Maar barmhartigheid heeft ook economische kanten. Vrijdagavond bij Nieuwsuur vertelde een ondernemer die verantwoordelijk is voor het leveren van duizenden veldbedden voor opvang, dat de fabrikant van de veldbedden door het oplopen van de vraag de prijs had verdubbeld. Nee, geen graaicultuur. Ik hoop dat hij ‘s nachts nog een beetje slaapt, maar vast niet op zijn eigen veldbed. 

Maar goed, het voorjaar is de ideale tijd voor narcissen. Maar het wordt ook weer een keer winter. Misschien word ik nu ook als ‘klokkenluider afgeserveerd’, zoals Wiendels in haar bijdrage schrijft. Dat maakt me niet zo veel uit, want ik weet inmiddels dat velen de klok wel horen luiden, maar weinigen weten waar de klepel hangt. 

Maar laat mij vooral het positieve gevoel van het stukje niet wegnemen. Slaap lekker. 
Hans Janssen.





Door Admin