Het is zover. Sinterklaas staat (soms letterlijk) voor de deur. Vandaag het laatste deel van het drieluik over het wel en wee van 40 jaar Sint-schap. Aangezien ik zelf ook op pad ga, iets eerder dan normaal. Veel plezier!

Rommeldebommel.. of rinkeldekinkel
Als je 40 jaar lang jaar in, jaar uit bij tientallen gezinnen per jaar over de vloer komt, kan het statistisch niet anders, of er moet wel eens keer iets fout gaan. En geloof me, dat gaat het ook. Een drietal kleine voorbeelden.

We waren een keer opgetrommeld bij een gezin in een plaatselijk nogal als berucht bekend staande wijk. De politie reed er doorheen met de deuren op slot, om maar een indicatie te geven. De Sint kent echter geen aanziens des persoons, dus blij gemoed ging het gezelschap op weg. Het was bij uitzondering een koude Sinterklaasavond, dus de luitjes hadden de kachel behoorlijk opgepord. Nu moet ik erbij vertellen dat ik in het dagelijks leven brildragend ben, maar het geen gezicht vindt als Sint een grote bril op zijn neus heeft. Een leesbrilletje soit, maar dat is het dan ook. Dus praktisch gezien was ik op een afstand van meer dan een meter vrijwel blind. Een omstandigheid die me, geloof ik, niet veel heeft doen missen al die jaren.

Ik had dus een leesbrilletje op mijn neus toen ik de oververhitte kamer binnen kwam. Die besloeg dan ook meteen, zodat ik binnen de eerder genoemde meter ook niks meer zag. Horen deed ik des te meer, want allemachtig wat was die kamer vol en wat zongen ze. Ik schreed maar gewoon voorwaarts naar een ruimte die er knap leeg uitzag. Later bleek die ruimte bedoeld om daar de cadeautjes neer te leggen. Zover dus niks aan de hand. Terwijl ik statig de kamer doorwaadde, hoorde ik ineens rinkeldekinkel. Zeer snedig merkte ik op: ’Goh, er is iemand zo nerveus voor de komst van de Sint, dat hij zijn glas laat vallen.’ Waarop mijn hoofdpiet naast me kwam staan en in mijn oor fluisterde: ‘Dat was geen glas, je hebt met je staf de onderkant van een kroonluchter eraf geslagen! En pa (voorzien van complete stripverhalen op zijn onderarmen) is daar niet blij mee zo te zien!’ Het liep mij enigszins dun door de broek, mag ik wel bekennen. Gelukkig suste moeder de opkomende woede van pa. Mijn secretaris is verder het hele bezoek bezig geweest met pa om het te regelen met de verzekering. En ik was blij dat ik ongeschonden het pand kon verlaten!

Een andere keer overkwam een lenige Piet een aardig ongevalletje. We kwamen aan bij een adres dat op een hoek bleek te staan. De tuin werd van de straat afgescheiden door een muurtje van pakweg 1,50 m hoog. Piet zei: ‘Als jullie nou gewoon door de voordeur gaan, wip ik over het muurtje en kom ik van de achterkant. Zullen ze leuk vinden bij wijze van verrassing.’ Ik bemoei me nooit met dat soort zaken, dat is een taak voor de secretaris die op zo’n avond ook de ambtelijke baas is van de Pieten. Die vond het ook een leuk plan. Dus terwijl de andere Pieten naar de voordeur holden om daar met veel misbaar en gebonk onze aanwezigheid kenbaar te maken, nam de gezegde Piet een soepele aanloop en verdween over en achter de muur. Nog geen tel later hoorde we ‘Plons’ en een reeks krachttermen die zelfs na het Tweede Vaticaanse Concilie niet op goedkeuring van Rome konden rekenen. Inderdaad, strak achter het muurtje lag een mooie vijver….. waarin onze arme Piet.

De kinderen en andere aanwezigen wisten even niet op welk kabaal ze af moesten komen. De natte Piet kon natuurlijk met geen mogelijkheid meer naar binnen. Die stond af te druipen, wat hij daarna ook daadwerkelijk moest doen. Wederom kon de secretaris op de achtergrond van het feest met pa in de keuken de schade doornemen voor de verzekering. Zoals een gescheurd vijverfolie, een kapotte pomp en her en daar wat vissen die het niet meer deden. Het jaar erop zijn we daar niet meer gevraagd, nee, dat niet.

Tot slot kun je ook als Sint te leuk willen zijn. Een paar jaar geleden werd Sinterklaasdag verrast met een dik pak sneeuw. ‘Zou de Goede Sint wel komen, nu het weer zo lelijk is’ werd voor het eerst in jaren geen academische, maar een zeer reële vraag. Maar, zij het met enige vertraging (leve de mobiele telefoon) kwamen we toch bij al onze klanten aan. Zo ook op een galerijflat. Bij de juiste verdieping aangekomen, stond er naast de deur van de galerij een sneeuwschuiver. In het kader van goed nabuurschap had iemand keurig de hele galerij sneeuwvrij gemaakt. Aangezien ik al wat balorig was geworden door het haasten en ploeteren van de dag, bedacht ik me geen moment. Ik gaf de staf aan de secretaris en nam de sneeuwschuiver bij wijze van staf in mijn hand. Zo kwam ik bij het luid (en opgelucht dat ik er toch nog was) zingende gezin binnen. Ze vonden het echt een goede grap. Zoals ik altijd doe, zette ik de stafsneeuwschuiver tegen de muur. Bij mijn staf weet ik perfect het balanspunt te vinden en gaat dat nooit fout. Maar ja, een stok met een zwaar stuk ijzer erop… Daar had ik geen ervaring mee. Dus nog geen tel nadat ik het ding tegen de muur had gezet, deed het waar het in eerste instantie ook voor was gemaakt: schuiven. Helaas schoof het richting een perfect geschilderd kozijn en daar boorde het zich met de scherpe punt diep in! Schrik alom…. Toen bleek dat mensen dingen ook filosofisch kunnen bekijken. Pa bezag het en zei: ‘Ach Sint, beetje plamuur en een verfje en dat is ook weer opgelost.’ We hebben toch nog een leuk bezoek gehad. We hebben na thuiskomt nog een verontschuldigingsmail aan gewaagd. Antwoord: Dat we ons maar niet druk moesten maken, het was toch leuk?

Dit waren er drie. Geloof me, ik kan er na 40 jaar een heel boek mee vullen. Ingeslagen ramen omdat Piet wel erg hard bonkte. Een Piet die vast kwam te zitten in een te klein speelhuisje waar pa en ma de cadeautjes hadden verstopt en die avond dat we met zijn allen de sloot in reden…. Maar weet je, laten we het maar leuk houden, toch?

Hans Janssen,





Door Admin